Hooggevoeligheid = een grotere gevoeligheid voor het registreren van zintuiglijke prikkels.

De term hooggevoeligheid werd in de jaren 1990 geïntroduceerd door de Amerikaanse psychologe Elaine Aron. Het concept hooggevoeligheid bestaat al veel langer. Het werd echter een lange tijd niet uitgediept en vooral gelinkt aan specifiek gedrag. Dr. Carl Jung beschreef het als introversie. Zijn wetenschappelijk werk ging er voornamelijk om dat introverte mensen niet zo vlot zijn in de omgang. Dr. Jerome Kagan kenmerkte het gedrag van schijnbaar gevoelige kinderen aan angst en geremdheid. De onderzoeken van Elaine Aron hebben hier een wereld van verandering in betekend. De door haar ontworpen zelftest is niet meer weg te denken.

In psychologische kringen is de term hooggevoeligheid nog niet wijdverspreid in de dagelijkse praktijk opgenomen. Tegelijk is er echter ook niet veel kritiek op. Dit domein is tenslotte herhaaldelijk en grondig, wetenschappelijk onderzocht! Ongeveer 15% à 20% van de bevolking zou hooggevoelig zijn. 

Hooggevoeligheid is een persoonseigenschap

Hooggevoeligheid wordt vaak omschreven als angst, verlegenheid of introversie. Dit is geen correcte weergave. Er is geen verband tussen hooggevoeligheid en deze drie termen. Iedereen, ongeacht de mate van gevoeligheid, kan angst voelen, zich verlegen gedragen of eerder introvert-extravert zijn.

Mensen die hooggevoelig zijn, ook wel een hoogsensitief persoon of een HSP genoemd, hebben de sterke vaardigheid om veel externe en interne factoren waar te nemen en te verwerken. Dit komt doordat ze een gevoeliger zenuwstelsel hebben dan een niet-HSP. Het zintuiglijk waarnemingsproces van een HSP en van een niet-HSP verloopt identiek. 

Bij een HSP komen er echter meer prikkels/stimuli binnen dan bij een niet-HSP. Het is niet zo dat de zintuigen van een HSP beter werken. Het verschil zit in de mate waarin prikkels gefilterd worden tijdens het waarnemingsproces. Bij hooggevoelige mensen worden er én minder prikkels tegen gehouden én worden ze minder afgezwakt. Hierdoor zal een HSP meer details registreren en prikkels ook sterker ervaren.

Hooggevoeligheid biedt zowel voordelen als nadelen. HSP’ers hebben een goede intuïtie en voelen vaak een diepe verbinding met hun omgeving (mensen, dieren, natuur). Ze hebben een rijk gevoelsleven en worden makkelijk geraakt door de schoonheid van details (net omdat ze zoveel details waarnemen). Aan de andere kant kunnen details ook een bron van frustratie vormen. En door de grote hoeveelheid prikkels die binnenkomen, raken ze ook sneller overprikkeld. Ze hebben ook meer tijd nodig om alles verwerkt te krijgen. Zeker in een omgeving met veel en intense prikkels raken ze makkelijker dan een niet-HSP uit hun gewone doen. 

Ondanks de grotere prikkelgevoeligheid betekent dit niet dat een HSP systematisch minder goed om kan met prikkels dan minder gevoelige personen! Dit is individueel verschillend én men kan leren beter met prikkels om te gaan.

De sleutel tot een aangenaam en voldoening gevend leven is leren omgaan met zijn eigenschap!

In de Westerse maatschappij hangt er nog steeds een vrij negatieve connotatie aan de term hooggevoeligheid. Dit maakt het er zeker niet makkelijker op om je eigen hooggevoeligheid op een gunstige manier een plaats te geven. Hooggevoeligheid is nochtans van evolutionair belang en heeft een maatschappelijk nut. Tevens wordt deze eigenschap in Oosterse culturen helemaal anders beoordeeld. Hier wordt (hoog)sensitiviteit meer gewaardeerd. Het heeft zelfs een eigen plaats in de maatschappij. Een rustig, bedachtzaam en bewust leven wordt sterk bewonderd. Er is veel respect voor mensen met hooggevoelige vaardigheden.

Verderop kan je tips en advies vinden voor in het omgaan met je hooggevoeligheid.

error: Content is protected !!