Veelvoorkomende misvattingen over hoogbegaafdheid.

Door de beperkte vertrouwdheid met hoogbegaafdheid (bij volwassenen) bestaan hier nog heel wat misvattingen en clichés over. In dit stuk worden een aantal van deze clichés genuanceerd of doorprikt.

1. “Hoogbegaafden zijn sociaal onderontwikkeld” 

Fout, bij de meerderheid hoogbegaafden gaat dit niet op. Uitzonderingen zijn wel mogelijk. Twee zaken zijn hier van belang. Ten eerste lopen hoogbegaafden cognitief voor op hun peers (= ontwikkelingsgelijken/ leeftijdsgenoten), terwijl ze psychosociaal op hetzelfde niveau zitten (of een beetje voorlopen). Hoogbegaafden begrijpen sociale regels en emoties evengoed als hun peers. Het is het relatieve verschil tussen hun cognitieve ontwikkeling en hun psychosociale ontwikkeling waardoor het kan lijken alsof een hoogbegaafde sociaal onderontwikkeld is.

Ten tweede, valt het regelmatig voor dat de hoogbegaafdheid niet (h)erkend is en dat de persoon mede daardoor niet de ruimte vindt om zichzelf te zijn. In een dergelijke situatie ontstaat er soms problematisch gedrag, zoals conflicten met anderen, zich terugtrekken,… Het gaat dan niet over een sociale onderontwikkeling maar het is een uiting van een achterliggend probleem (een gebrek aan ruimte om zichzelf te zijn).

2. “Iemand die hoogbegaafd is weet alles”

Fout, door hun grote nieuwsgierigheid leren en weten hoogbegaafden vaak vrij veel maar ze weten zeker niet alles.

3. “De meeste hoogbegaafden zijn autistisch”

Fout, hoogbegaafdheid en autisme kunnen samen voorkomen maar dit is bij een minderheid van de hoogbegaafden het geval. Bij deze misvatting wordt er vaak afgegaan op een aantal gelijk lijkende gedragskenmerken zonder te kijken naar het ruimer geheel. Bv. gedrag: intens bezig zijn met een onderwerp. Bij autisme kadert dit binnen preoccupaties en repetitief gedrag. Bij hoogbegaafdheid komt dit voort uit de vele interesses en een dorst naar kennis.

4. “De meeste hoogbegaafden hebben een concentratieprobleem”

Als je onder een concentratieprobleem AD(H)D (attention deficit and hyperactivity disorder; of in de volksmond ‘alle dagen heel druk’) verstaat, dan klopt deze zin niet. De duo diagnose van hoogbegaafdheid en AD(H)D is geen standaard bij hoogbegaafden.

Versta je echter onder concentratieprobleem dat ze makkelijk afgeleid zijn, klopt dit al meer. Hoogbegaafden hebben in het algemeen geen problemen om zich te concentreren als ze iets interessant vinden. Heeft het hun belangstelling niet, dan zullen ze de aandacht er moeilijker bij kunnen houden.

5. “Hoogbegaafden kunnen niet goed met zichzelf om en vinden hun draai niet in het leven”

Ja en nee, nuancering is nodig. Zoals op andere plaatsen besproken, zorgt hoogbegaafdheid voor anders zijn. Hoogbegaafden die merken dat ze anders zijn, moeilijk aansluiting vinden, weinig overeenkomsten met anderen vinden,.. moeten hun weg vinden in hun anders zijn en in de wereld. Bij de ene persoon loopt dit vlotter dan bij de andere persoon, net zoals bij niet-hoogbegaafden. Niet weten dat men hoogbegaafd is of foutief gediagnosticeerd zijn, kan dit proces bemoeilijken. Soms hebben ze nood aan iemand om hun wegwijs te maken in wie ze zijn en wat ze nodig hebben.

error: Content is protected !!